Hoge Raad oordeelt dat alle provisies voor aandelenemissies fiscaal aftrekbaar zijn

09-05-2008

In deze zaak claimt een beursgenoteerde vennootschap voor een aanslag vennootschapsbelasting aftrek van provisies die zij betaalde aan een groep van financiële instellingen (hierna: het emissiesyndicaat) bij een openbare aandelenemissie. Het betreft een zogenaamde gegarandeerde emissie, waarbij door het emissiesyndicaat dat de aandelenemissie begeleidt tevens een garantie is afgegeven voor het slagen van de emissie tegen een vastgestelde emissiekoers.De vennootschap heeft provisies betaald voor de begeleiding en het overnemen van het plaatsingsrisico door het emissiesyndicaat. Deze bedragen zijn uitgedrukt in procenten van de emissieopbrengst en werden met die opbrengst verrekend. Het emissiesyndicaat is geconfronteerd met een zeer groot emissierestant.In de praktijk bestaat onduidelijkheid over de vraag in hoeverre een vennootschap bij een emissie de provisies in mindering op haar fiscale winst mag brengen. Het hof Amsterdam heeft op 22 maart 2006 de aftrek gedeeltelijk toegestaan.
De staatssecretaris van Financiën heeft cassatieberoep ingesteld. Dit richt zich tegen het oordeel van het hof dat de provisies gedeeltelijk aftrekbaar zijn. Eén van zijn argumenten is dat er geen sprake is van kosten, maar (voor het geheel) van een lagere emissieopbrengst.Het beroep van de vennootschap richt zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat een gedeelte van de kosten niet aftrekbaar is. De Hoge Raad heeft de beursgenoteerde vennootschap in het gelijk gesteld. Volgens de Hoge Raad behoren tot de in mindering op de winst te brengen kosten alle aan een emissiesyndicaat betaalde provisies voor bij een emissie van aandelen verrichte dienstverlening. Hieronder valt ook een in het kader van de begeleiding aan het emissiesyndicaat verstrekte vergoeding voor een door het emissiesyndicaat afgegeven garantie voor het slagen van de emissie tegen een vastgestelde emissiekoers. Die vergoeding wordt immers verstrekt voor dienstverlening ten behoeve van de uitbreiding van het kapitaal van de emitterende vennootschap door plaatsing van aandelen bij derden. De omstandigheid dat de gegeven garantie ertoe kan leiden dat de te emitteren aandelen uiteindelijk (gedeeltelijk) bij het emissiesyndicaat zullen worden geplaatst, doet daaraan niet af.Verder oordeelde de Hoge Raad dat bij het emissiesyndicaat de voordelen die voortvloeien uit de voor de emissie van de aandelen verrichte dienstverlening tot de winst behoren. De deelnemingsvrijstelling vindt op deze voordelen geen toepassing.

« Terug naar actueel overzicht